Kamerplanten stekken, zo doe je dat
Verschillende manieren om kamerplanten te stekken
Kamerplanten stekken is helemaal niet zo moeilijk. En leuk om te doen! Je hebt er ook niet heel veel voor nodig. Met een aardappelschilmesje, glaasje water en een potje met verse potgrond ben je er al. In deze blog vertellen we je meer over verschillende manieren om je kamerplanten te stekken.
Uitlopers: babyplanten afsnijden en planten
Sommige kamerplanten vormen uit zichzelf al ‘babyplanten’: kleine uitlopers (soms met wortel en al er al aan vast) bij de wortelbasis. Voorbeelden zijn Bananenplant (Musa), Graslelie (Chlorophytum) en Pannenkoekplant (Pilea peperomioides). Een andere kamerplant die zichzelf ‘voortplant’ is de bommenwerper (Kalanchoe daigremontiana). Deze kamerplant schudt uit vanzelf de zaailingen die haar bladeren omringen uit, waardoor er op de omringende aarde als vanzelf heel veel nieuwe bommenwerper kamerplantjes ontspruiten. Vandaar ook de bijnaam ‘Mother of thousands’!
Pannenkoekplant stekken
Bij de wortels vormt de pannenkoekplant allemaal kleine mini plantjes. Snijd met een scherp mesje één van deze plantjes weg, en poot in een nieuw potje met potgrond. Tip: Als je je Pilea voller wil laten groeien, kan je ook ervoor kiezen om de bovenkant van de plant weg te snijden en te stekken. Zo vormt de moederplant vanzelf nieuwe vertakkingen op de plek waar je haar hebt ‘onthoofd’.
Stengels stekken
Vooral bij hangende kamerplanten kan je ook heel makkelijk wat stengels wegknippen en stekken. Doe dit op een plek net na een stel blaadjes. Maakt de onderkant vervolgens vrij van blaadjes, en zet te stengel in een glaasje water. Na een paar dagen begint de stengel te wortelen. Wordt het stekwater een beetje troebel? Ververs het water dan even. Als na een tijdje een mooi gegroeide wortel zichtbaar is van 1-2 centimeter dan kan je de stengel in een pot met aarde planten. Maak een klein gaatje waarin je de stengel steekt en bedek toe. Geef meteen wat water (maar niet doorweekt!). Geef vervolgens regelmatig water wanneer de potgrond is opgedroogd.
Voorbeelden van kamerplanten waarbij dit goed werkt zijn: Erwtenplant (Senecio rowleyanus), Chinees lantaarnplantje (Ceropegia woodii), Scindapsus pictus
Blad stekken
Sommige kamerplanten zijn ook makkelijk te stekken door een blad af te snijden en deze in de potgrond te planten. Je kan zelfs van één blad meerdere stekjes maken, door deze in stukken op te snijden. Dit kan bijvoorbeeld bij de zaagcactus en Sansevieria.
Vermeerderen of scheuren van kamerplanten
Sommige kamerplanten kan je voorzichtig ‘scheuren’. Hierbij pak je de kluit met wortels vast, en probeer je voorzichtig een nieuwe uitloper met wortels te ontwarren en van de moederplant af te scheuren. Het helpt om de plant met je vingers te ‘kietelen’, om de aarde weg te halen zodat het wortelstelsel goed tevoorschijn komt. Deze manier van stekken werkt alleen bij kamerplanten waarbij de stengels hun eigen wortels hebben. Vervolgens kan je de planten in twee aparte potten planten.
Voorbeelden van kamerplanten die je op deze manier kan scheuren zijn: Sansevieria, Spathiphyllum, Zamioculcas en Alocasia (olifantsoor). Ook bij de bananenplant (Musa) kan je voorzichtig de kleine uitlopers vrijmaken en scheuren van de moederplant.
Vetplanten stekken
Vetplanten (of succulenten) zijn ook goed te stekken, al zul je hiervoor veel geduld moeten hebben. Breek voorzichtig wat blaadjes van de vetplant af en laat de ‘wond’ een paar dagen opdrogen. Leg het blaadje vervolgens bovenop een pot met verse potgrond. Er gaat vanzelf een nieuwe vetplant groeien bovenop de wond. Voordat de vetplant tot een grote plant is uitgegroeid ben je wel flink wat jaren verder!

